Dag 7: Erg Chebbi – Todra kloof
Heerlijk geslapen in ons super kingsize bed. Vanmorgen vroeg er uit om de zon boven de woestijn uit te zien komen. Het blijft bijzonder om te zien hoe snel de zon boven de horizon uit komt zetten. Het is mooi om te zien, ook hoe het landschap achter je met een beetje zonlicht allerlei kleurschakeringen krijgt. Het ontbijt was weer super verzorgd, met een heerlijk eitje en verse jus d’orange. Vervoer terug naar onze auto zou met de 4×4 gebeuren, maar die had blijkbaar een probleempje, dus die liet even op zich wachten.
Wij hebben ons geïnstalleerd in de stoeltjes naast de tent, Wouter in de schaduw en Leen in het zonnetje, en een beetje gelezen. Vervolgens werden we met vier Italianen en alle bagage in de jeep gepropt, om met vliegende vaart over de zandduinen terug naar het hotel te scheuren. Ik zat voorin en zag alle heuvels en dalen goed aankomen, maar Leen, die achterin op de derde zitrij zat, was blij dat we er waren, anders had ze nog een keer van haar eitje kunnen genieten 😂.
Toen wij bij het hotel waren vroegen wij ons af hoe het nu eigenlijk zat met het betalen van de rit met de kamelen die we gisteren hadden gemaakt. We hadden daar niet vooruit voor betaald en wisten dat het 20 euro per persoon zou kosten. Maar we wisten niet aan wie we het moesten betalen en bovendien was iedereen inclusief de chauffeur van de 4×4 niet meer te zien. We hadden de tent met de credit card betaald, dus wellicht zou het daar alsnog afgeboekt worden. Dus wij hebben onze bagage in de auto gestopt om te vertrekken. We waren de poort nog niet uit, of de 4×4 haalde ons luid toeterend in, terwijl de chauffeur door het raam riep dat we de kamelen nog moesten betalen 🤪. Dus wij gestopt en alsnog betaald.
Vervolgens koers gezet naar de Todra kloof. De weg er naar toe was qua landschap een beetje zoals het laatste stuk gisteren. Veel rotsformaties in de kleuren rood, zwart en groen en tussendoor soms een groenstrook van palmen waar dan meestal ook een (droge) rivierbedding in de buurt lag. De weg was op zich goed en niet druk, maar er lagen veel zandhopen op, waarbij je elkaar niet kon passeren. Dus toch goed opletten.
Qua lunch was het voor het eerst dat we in eerste instantie eigenlijk niets konden vinden. Inmiddels wat ervaringen rijker, zoeken wij vooral naar borden met het woord ‘snack’ met daarachter de naam van het etablissement op de gevel, waar bij voorkeur een rokende grill staat te branden en een aantal Marokkanen aan het eten zijn. Indien het er gelikt uit ziet, is dat meestal geen pré. De betere eetervaringen die we hebben gehad, waren meestal omgekeerd evenredig met de uitstraling van het zaakje. Uiteindelijk gestopt bij iets dat een bord met de tekst ‘restaurant’ op de gevel had staan maar waar wel erg veel toeristenjeeps voor de deur stonden. Wij naar binnen, maar het zat er helemaal vol met toeristen die aan grote ronde sjiek gedekte tafels zaten te eten. Dus wij maar weer rechtsomkeer gemaakt. Uiteindelijk zijn we wat verderop geslaagd in een Auberge met uitzicht over het begin van de canyon vanaf een overdekt dakterras. We hebben daar een heerlijke Marokkaanse salade met brood gegeten. Wij hadden daar ruim genoeg aan, maar de uitbater bleef maar vragen of we echt niets anders wilden. Nee, aan één warme maaltijd per dag hebben wij eigenlijk wel genoeg…
Daarna verder gereden. Je rijdt de Todrakloof als het ware in. In eerste instantie is deze vrij breed met veel groen en aan beide kanten kasbah’s of Marrokkaanse huisjes. Af en toe rijdt je wat omhoog en twee keer kruis je de rivierbedding midden in de kloof. Vroeger moet daar een woeste hoeveelheid water doorheen hebben gestroomd om het oranje kalksteen tot 300 meter diep uit te hollen. Maar tegenwoordig stroomt er nog slechts een minuscuul watertje door, dat alleen bij overvloedige regenval wat breder wordt. Na verloop van tijd wordt de kloof nauwer en hoger. Er is geen plaats meer voor groen en bebouwing, op een bepaald moment is er tussen beide wanden minder dan tien meter ruimte en resteert alleen de weg en het stroompje. Erg indrukwekkend om te zien, maar wel erg druk met bussen, busjes en gewone auto’s en toeristen. Wij gaan morgenvroeg dezelfde route terug, hopelijk is het dan wat rustiger.
Wij moesten nog een stukje verder rijden naar onze volgende stop, Auberge le Festival. Dit is een soort ecolodge waar ze een aantal kamers hebben die zijn uitgehakt uit de rotsen. Heel bijzonder. Sowieso is de gehele lodge super mooi gelegen, in een bocht van de Todrakloof op een gedeelte waar het net weer wat breder is en de wanden iets minder steil.
Vanuit de lodge hebben we een wandeling gemaakt over de wanden van de kloof. Het was slechts 4,5 kilometer, maar flink omhoog en omlaag over keien en rotsen. Met een temperatuurtje rond de 27 graden was het flink afzien. Mijn horloge gaf op een gegeven moment een hartslag van 179 aan 🤪. Uiteindelijk weer gearriveerd bij de lodge en genoten van het uitzicht en een heerlijke kruidenthee van salie en oregano. Bij gebrek aan cola zero en het zeer sporadisch aanwezige alcohol ga ik de thee steeds meer waarderen. Vraag mij af wanneer ik voor het laatst een week geen druppel alcohol heb gehad, en heb mij inmiddels voorgenomen dat vol te houden totdat we weer thuis zijn… Straks dineren we bij de lodge en gaan we slapen in ons grotje, dat trouwens verrassend ruim is en een goed geoutilleerde badkamer heeft met een heerlijke douche. Goed geregeld hier dus.