Dag 8: Todra kloof – Skoura
Ons grotje ziet er prima uit maar blijkt wel erg warm te zijn ’s nachts. En er zitten geen raampjes in, dus de ventilatiemogelijkheden zijn beperkt. Leen had er geen last van, maar ik heb matig geslapen. Maar het was een leuke ervaring op een supermooi plekje.
Vandaag zijn we de weg terug gereden door de Todra kloof. De weg vervolgen gaat alleen met een 4×4 en daar voldoet ons huurbakje bij lange na niet aan. Sterker, hij lijkt met de kilometer meer te rammelen. Dus terug, maar het voordeel is dat er nog bijna geen toeristen bij de kloof zijn. Wel twee vrachtwagens die vol met geiten en schapen waren gepropt. Dit veetransport voldeed duidelijk niet aan de eisen van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit…
Na de Todra kloof zijn we naar de Dades kloof gereden. Daar waar het landschap rond de Todra kloof nog allerlei kleuren liet zien, is de omgeving van de Dades kloof roodbruin. En daar waar je bij de Todra kloof het grootste deel langs de rivierbedding rijdt, ligt de weg langs de Dades kloof vaak bovenop of langs de wand van de kloof. Ook weer erg spectaculair. Op vier kilometer van de plaats waar de kloof het nauwst is, klim je over een afstand van een paar honderd meter door een flink aantal haarspeldbochten naar de top van de kloof. Ik denk dat het de spectaculairste weg van Marokko is, getuige de vele foto’s en filmpjes die er van te vinden zijn. Zowel Leen als ons huurbakje deden het prima, en eenmaal op de top hebben we genoten van een panoramisch uitzicht en een muntthee.
We zijn nog een stukje verder gereden tot waar de wanden van de kloof elkaar bijna raken. Hier zijn weinig toeristen, omdat de toerbussen niet door de haarspeldbochten kunnen rijden. Dus relatief rustig. Vervolgens moesten we ook hier de weg weer terug rijden, want een aantal kilometers verder houdt het asfalt op. Maar het is geen straf, door de draaiende zon ziet het na een paar uur toch weer anders uit.
Na de Dades kloof wilden we via een paar kleine dorpjes op weg naar Skoura, waar ons volgende hotel in de buurt is. De lunch hebben we uiteindelijk bij gebrek aan betere opties toch naast een tankstation genuttigd, maar het was een prima lunchtentje. Gelukkig maar, want Leen werd een beetje grumpy bij gebrek aan eten 🤪. Vervolgens op zoek naar het centrum van de rozenwater-industrie. Vraag ons niet waarom, maar op de een of andere manier heb je hier allemaal winkeltjes die rozenwater en afgeleide producten als crèmes en zeepjes verkopen. We hebben hier geen enkele rozenplantage of iets dergelijks gezien, maar die winkeltjes heb je er bij de vleet. Sowieso valt ons op dat de Marokkanen commercieel gezien eerder lijken te kopiëren dan zelf iets nieuws beginnen. Zo heb je in het ene dorp vijf rozenwaterwinkeltjes en in het volgende dorpje vijf verkopers van zilverkleurige theepotten. Ik zou dat toch anders aanpakken denk ik…
Na wat potjes rozenwatercrème en -water (dat laatste omdat Ottolenghi dit regelmatig als ingrediënt gebruikt en je dit in Waspik en omgeving niet hebt 🤪) te hebben gekocht, zijn we verder gereden. Leen had in de Lonely Planet iets gelezen over een kasbah die zo mooi zou zijn dat hij op de meeste Marokkaanse ansichtkaarten te zien zou zijn. Nou moet ik zeggen dat ik de Lonely Planet steeds meer een relict uit oude tijden begin te vinden, om over ansichtkaarten nog maar te zwijgen. De kasbah zou in het dorpje Aït Youl moeten staan. De weg er naar toe was niet geasfalteerd, de weg er vandaan ook niet en de gehele kasbah was niet te vinden. Er stonden wel vrij nieuwe panden van drie hoog die weinig authenticiteit uitstraalden. Of ze hebben die panden bovenop de oude kasbah geplant of wij hebben niet goed gekeken, maar de uitkomst is hetzelfde: wij hebben hem niet gezien… En na alle kilometers gravelweg rammelt ons autootje alleen maar meer.
Daarna via Skoura (waar we in een plaatselijke markt met vooral veel kleding en plastic manden belanden) naar ons hotel gereden. Minder mooi gelegen dan de voorgaande accommodatie, maar wel een erg comfortabele kamer en een zwembad met ligstoeltjes, wat prettig is omdat we hier twee nachten blijven. Zouden we dan toch nog een dagje relaxen in Marokko😂?
Om onze reiskilometers uit de benen te krijgen hebben we na het inchecken nog maar even een rondje gewandeld. Vanaf het hotel liep er een weg naar een klein dorpje, wat er wel authentiek uit zag. Door een openstaande poort ontwaarden we een pottenbakkertje, die ons vol enthousiasme onthaalde en die het bijzonder kon waarderen dat ik drie Arabische woorden uit kon spreken. Het was een erg vriendelijke man, maar helaas kon Leen de producten van zijn handenarbeid niet voldoende appreciëren om de portemonnee te trekken.
Dus weer verder gewandeld, waarna we op een gegeven moment niet meer wisten hoe het pad liep. We zagen ergens een man vandaan komen, dus wij die richting uit gelopen en aan de man gevraagd of dat de weg was. Hij knikte ‘ja’ en liep vervolgens een tiental meters met ons mee om een poort voor ons open te doen die op een akker met planten en bomen uitkwam. Bleek dat hij ons over zijn eigen erf door z’n eigen poort weer naar buiten had geleid. Wij moesten er hartelijk om lachen en hij kon het ook wel waarderen. Ze hebben in ieder geval wel veel lol aan ons toeristen 😂.
Over de akkers dwalend zagen we her en der verspreid een aantal granaatappelbomen. Veel granaatappels waren kapot gepikt door de vogels, maar wij hebben ook nog stiekem twee hele exemplaren meegenomen. Toen we weer in het hotel kwamen hebben we er eentje opengesneden, hij was al wel rijp, maar nog niet volgroeid, dus de granaatappelpartjes (hoe noem je die dingetjes eigenlijk?) waren nog wat klein waardoor er verhoudingsgewijs veel pit in zat. Maar de smaak was goed. Straks eens checken of de smaak van de kip tajine ook goed is.