
Kurokawa – Mount Aso – Kurokawa
15-10-2016: Vanochtend werden we toch weer getrakteerd op een Japans ontbijtje. Zoals het avondeten, was het ontbijt ook hier lekkerder dan bij de vorige ryokan. We zaten aan normale tafels, nou ja Wouter zijn benen pasten er net onder, waardoor we best veel bekijks hadden. Wij kijken naar de anderen welke sausjes over welke ingrediënten moeten, maar de Japanners houden ons ook in de gaten, want we kregen van een Japans stel een compliment hoe goed we met stokjes kunnen eten. Onze dag begon goed, want er stond zelfs een koffiemachine met vers gemalen bonen. Deze ochtend hebben we een wandeling van ongeveer drie uur rond Kurokawa gedaan. Het was prachtig weer, strak blauwe lucht en de voorspelling was een graad of 25, dus we konden een korte broek aan. Daar kregen we later spijt van, want ’s middags was het op Mount Aso maar 18 C en stond er een stevige wind. Het eerste stuk liepen we over de verharde weg langs de rivier, we kwamen nog langs een aantal terrasrijstvelden. De bergen zijn hier vooral begroeid met (sier)gras, afgewisseld met bomen. Op een bepaald moment kwamen we langs de Suzume jigoku of de Hell van de mussen. Dit was een natuurlijke bron, waar de zwaveldampenen al bubbelend aan het oppervlak kwamen. De bubbels zouden af en toe fataal zijn voor mussen die er te dicht bij in de buurt kwamen, vandaar de naam. We roken de rotte eierlucht al vanaf een afstandje, waardoor we wisten dat we in de buurt waren. Het volgende stuk liepen we door de bossen en je kon duidelijk zien dat dit een pad was dat niet echt vaak gebruikt werd, want af en toe lag er een boom over het pad en we moesten soms hink stap sprong doen over het riviertje. Af en toe zaten er flinke klimmetjes in, maar onze kuiten blijken inmiddels aardig te zijn getraind. Op een bepaald moment kwamen we bij de uitkijktoren “Lovers Hill”. Vanaf dat punt had je een spectaculair uitzicht over Aso, vijf bergtoppen die een slapende Boeddha vormen. Het laatste stuk van de wandeling liepen we terug richting het dorp, waar hotels en een aantal souvenierwinkels zijn. We hebben eerst een rijstcracker gekocht met een smaakje, maar een paar meter verderop zag ik een zaakje waar ze een soort Bossche bol verkochten, maar dan gevuld met pudding. Die kon ik toch niet aan me laten voorbijgaan. We hebben op onze kamer een kop koffie gezet en hebben het gebakje gedeeld, nou ja Leen heeft de grote helft op. Het was pas half één, dus konden we mooi even naar Mount Aso rijden, waar vorige week een vulkaanuitbarsting is geweest. Ze hebben het in dat dorp wel zwaar te verduren, afgelopen april is er een grote aardbeving geweest met allerlei landverschuivingen. Dit was nog goed te zien, want vaak was één weghelft of zelfs complete wegen afgesloten. Zoals ik vorige week al schreef heeft de vulkaan as gespuugd en dat is nog erg goed te zien in het dorp. Een strook van een kilometer ligt onder een dikke laag grijze stof, waardoor het dorp er niet-Japans uitzag. Veel Japanners vegen of spuiten elke ochtend hun stoep schoon, hier zat alles onder grijs stof. We zagen een aantal mensen bezig om het op te ruimen, maar het leek werk voor de hogedrukreiniger. Eenmaal bij de berg aangekomen, zagen we een grote rookpluim uit de krater komen. We konden nog een klein stukje dichterbij lopen, maar de weg naar de krater en de kabelbaan waren beiden afgesloten. Dit konden we volledig begrijpen, maar waarom het museum dicht was, snapten we niet. We hebben nog een broodje bapao geluncht en zijn toen terug gereden richting het hotel. Het was maar 42 km, maar we deden er toch een uur over, want het was een erg bochtige weg en je mag maar 50. Ja, en als je een brave Japanner voor je hebt, en dat zijn de meeste, wordt er ook maar 50 gereden. We hadden om 16.00 de privé-onsen gereserveerd voor een half uurtje en om 17.00 de stone-sauna. Achteraf gezien was dit geen handige volgorde, want na de sauna mocht je weer douchen. In de sauna kreeg je een soort pyama aan, die me erg deed denken aan mijn vroegere kung-fu pak. Je ging eerst vijf minuten op je buik liggen, dan tien minuten op je rug op warme stenen. Het was er ongeveer 50 graden, maar erg vochtig. Na tien minuten hield Wouter het al voor gezien en is hij terug naar de kamer gegaan onder het genot van een biertje en zijn krant. Ik heb de cyclus die je drie keer moest herhalen volgehouden, maar met kleding in een vochtige sauna vind ik geen aanrader. Zweten doe je wel, want je kon dat pak wel uitwringen. Er was daar nog wel een grappig toilet, als je binnenkwam ging de bril vanzelf omhoog, deze feature hadden we nog niet eerder gehad. Vanavond onze laatste kaiseki van de vakantie. We zaten aan een tafel, die echt veel te laag was, maar dat mocht de pret niet drukken. In het midden van de tafel was een barbecue, waar we zelf een visje en supermalse biefstuk konden grillen. We kregen ook nog carpaccio van paard. Het eten was weer heerlijk. Onze laatste nacht in een ryokan, net nog even twee zachte kussens geregeld, want de kussens zijn net als de matrasjes erg hard.










