Osakikamijima

09-10-2016: Nu weten we waarom elke Japnner houdt van de onsen. De matrassen en kussens van de Japans ingerichte kamers zijn zo hard, dan je je in de ochtend eerst een half uur in het warme bad moet liggen om je spieren en gewrichten weer los te maken. In het hotel zijn we de enige westerlingen, dus vandaag moesten we toch echt geloven aan een Japans ontbijt: misosoep, rijst en allerlei soorten groenten en vis. Er dreef iets onbekends en slijmerig in de misosoep dat toch niet helemaal mijn ding was. Wouter had ook nog een ei gevonden, helaas het was niet gekookt. Gelukkig was hij subtiel begonnen om de schelp eraf te halen. Er was ook nog een schaal met fruit en yoghurt en een sausje van zwarte bessen, waar deze regio om bekend staat. Later zagen we nog een schaal met broodjes, croissants en suikerwafels staan. Helaas niet zo lekkere broodjes als in de grote stad, maar we konden er weer tegenaan. We dachten dat het toch weer handig zou zijn om onze rugzakken te versturen naar ons volgend hotel, aangezien we morgen Hiroshima willen bezoeken en we daarna doorreizen naar Miyajimii, dus een stuk met de auto, tram, een boot en lopen naar het hotel. Het was duidelijk dat ze dit hier nog niet vaak hadden gedaan. Gelukkig werd onze vriendelijke dame, die een beetje Engels spreekt, er weer bij gehaald en hadden we er alle vertrouwen in dat het goed zou komen. Toen we een half uur later vertrokken op ons tourtje rond het eiland, werden de rugzakken al ingeladen in het busje van de post. We hadden een kaart meegekregen met alle bezienswaardigheden van het eiland, dat 43 vierkante km is. De eerste stop zou de Konnomine berg (452,6 meter hoog) zijn. In het volgende dorp bleek er een matsuri (festival die wordt gehouden ter ere van de oogst) aan de gang te zijn. We zagen op zee vier roeiboten liggen met per versierde boot een man of 20 met ofwel rode, gele, blauwe en oranje kleding aan. Je hoorde tromgeroffel en geschreeuw om ervoor te zorgen dat ze synchroon roeiden. Aan de kant van de weg stonden een aantal mensen te kijken, dus de auto gauw geparkeerd. Toen we vroegen wat er aan de hand was, vertelden ze in gebroken Engels, aangevuld met hulp van de vertaalmachine op de telefoon dat het een festival was van de shrine en dat er verderop zou gedanst worden. Ze wenkten ons dat we mee moesten meelopen. Er waren een aantal kinderen bij die ons wel erg interessant vonden en maar in Japans  bleven kletsen, ondanks dat we er niets van verstonden. We zagen dat er naast de vier roeiboten ook een gemotoriseerde boot was, met allemaal mannen in pak en twee jonge meisjes en een oudere man in klederdracht. Het duurde even vooraleer iedereen uit de boot was, want de loopplank die ze meehadden bleek erg kort te zijn. Eerst prevelde de oudere man een aantal verzen en sloeg hij een aantal maal op een trommel. Later dansten de meisjes met een waaier en later nog met belletjes. Je kan het een beetje vergelijken met kermis bij ons in het dorp en dat de pastoor dan een kerkdienst houdt. We kregen nog een drankje aangeboden, maar dat zag er erg vies uit en was ook niet te drinken, een soort geklonterde mierzoete melk. Het is wel erg jammer dat je niet even kan kletsen met de lokale bevolking, want het leek erop dat het hele dorpje was uitgelopen, inclusief de twee oudste bewoners in rolstoel.  Iedereen ging terug in de boot en ze roeiden de zee op. Het was erg leuk om dit mee te maken. Daarna zijn we naar de berg gereden, de jongen in het hotel had al gezegd dat het een erg smal weggetje was en daar was niets aan gelogen. Gelukkig geen tegenliggers. Bovenaan had je een prachtig uitzicht op één kant van het eiland, waar vooral ook veel industrie was. We zijn nog een klein stukje naar een ander uitkijkpunt gelopen van waar je ons hotel kon zien liggen. Je kon nog naar twee andere uitkijkpunten klimmen, maar dat hebben we niet gedaan, want we hebben geen water en eten bij ons en het was alweer bijna lunchtijd. We merkten al snel op dat het erg uitgestorven is en er nauwelijks winkels open zijn, waarschijnlijk omdat het zondag is. Wouter heeft ons keurig genavigeerd naar een dorpje en gelukkig was de supermarkt open en konden we een bentobox sushi scoren. We zijn naar het Ogushi strand gereden en hebben daar heerlijk gelunchd. Het is vandaag heerlijk weer een graad of 25 en nauwelijks bewolking. We hebben via de rondweg het hele eiland rondgereden. Er is erg veel industrie, met name havens, scheepswerven en hier en daar een grote fabriek. Het is duidelijk dat ze niet gericht zijn op toerisme. De informatie van het reisbureau dat de tijd hier is blijven stil, delen we niet, maar het klopt wel dat het niet toeristisch is en het gewone leven van een Japanner weerspiegeld. We waren rond een uur of drie weer terug bij het hotel. Wouter heeft het sportkanaal van ziggo weer aangezwengeld om naar Max Verstappen en Formule 1 te kijken en ik ben naar het strand gelopen, wat bij het hotel zit. Aangezien de Japanners niet houden van een bruine tint lig ik hier helemaal alleen. In Kyoto viel het al op dat als het een dag zonnig was, iedereen onder een paraplu liep of handschoenen of een zonneklep (maatje lasbril) op had. Ik heb nog even een duik genomen in Japanse binnenzee. Zoals gewoonlijk zijn we de onsen ingegaan en op even genoten van het prachtige uitzicht en de ondergaande zon. Vanavond hebben we opnieuw een uitgebreid menu gekregen, oa. biefstuk op de grillplaat en opnieuw veel vis. Als je in Japan bent moet je een keer sake (rijstwijn) drinken. Het had een alcoholpercentage van 16%, gelukkig kregen we maar één flesje. We kregen advies van de leuke serveerster, maar of het nu echt een aanrader is. Ik ben er nog niet van overtuigd.